© Juul Baars november 2023
achter ongebruikte
matten griend
wuift riet gebogen door de noordenwind
zuidwaarts
met de morgenzon in mijn gezicht
die fel het polderland belicht
een wolkeloze de vlakte toont
waar land uit water wordt gekloond
recht toe recht aan
begrenst de dijk
de vlakte, nog vermomd als slijk
waarin rokende machines tonen
dat er ooit mensen zullen wonen
en voor me tussen
plas en riet
wel duizend witte zwanen
die zich in t nog dras gebied
gevleugeld koning wanen
daar waar de blijdschap zich verbergt in het verleden
tranen zich mengen met gevoel van eeuwigheid
er op de paden met veel eerbied wordt geschreden
het laatste woord zich mengt met de laatste druppel tijd
de weidse tuin met strak gelegde paden
waar in het ruisen van de wind het woord verwaait
en in de zomer bloemen spreken van genade
de winterkou met nevels zacht de tijd verdraait
plek waar in waardigheid het scheiden wordt voltrokken
het tijdelijke zich tot eeuwigheid vermorst
plek waar herinneringen zich laten verlokken
plek aan de Ooststrandreef gelegen, Ölandhorst
© 2023